Internationale Vrouwendag: vrouwen die onze monumenten kleur geven
Null
Ter ere van Internationale Vrouwendag, zondag 8 maart, vieren we de prestaties, kracht en invloed van vier vrouwen die een blijvende indruk achterlieten op de monumenten waar zij bij betrokken waren. Deze vier bijzondere vrouwen waren bezielers, beschermers en beheerders en hebben elk op hun eigen manier bijgedragen aan het behoud en de levendigheid van het cultureel erfgoed.
Van de 15e-eeuwse kasteelvrouwe Yolande de Lalaing, die Kasteel Brederode bestuurde, tot Alma Ochs, die Museum Veere in de Schotse Huizen grondvestte en kunst toegankelijk maakte. Van de generaties vrouwen die Kasteel Slangenburg vormgaven met gezin en tradities, tot Ina de Beer, die recent nog decennialang Kasteel Radboud beheerde en leefbaar hield voor bezoekers en officiële ontvangsten.
Deze vrouwen laten zien dat monumenten meer zijn dan stenen en daken: het zijn plekken waar vrouwen invloed uitoefenden, keuzes maakten en geschiedenis levend hielden. Hun verhalen inspireren ons ook vandaag nog. Door hun verhalen te vertellen, houden we hun nalatenschap levend.
Alma Francis Ochs was de dochter van de Engelse diamantair en kunstverzamelaar Albert Lionel Ochs (1857-1921). In 1896 kocht haar vader één van de Schotse Huizen aan de Kaai in Veere: De Struys, een karakteristiek zestiende eeuws pand met een rijke historie en markante gevel. Onder de bezielende leiding van Albert en later ook Alma groeide De Struys uit tot een geliefde ontmoetingsplek voor kunstenaars uit binnen- en buitenland.


Yolande de Lalaing werd geboren rond 1422, als dochter van edelman Willem de Lalaing. Haar vader was eerst baljuw van de Hertog van Bourgondië en later stadhouder van de Lage Landen in diens naam. Yolande groeide op in de hoogste adellijke kringen. Op 22-jarige leeftijd werd ze uitgehuwelijkt aan Reinoud II van Brederode. Het echtpaar woonde op kasteel Batestein in Vianen. Kasteel Brederode in Santpoort werd bij het huwelijk aan Yolande toegewezen als ‘lijftocht’. Met andere woorden: na het overlijden van Reinoud zou Yolande het kasteel en het landgoed bezitten. Het echtpaar zorgde ervoor dat het beschadigde kasteel weer bewoonbaar werd. Dat gebeurde in delen, waarbij begonnen werd met de noordvleugel.


In 1873 trad Wilhelmine Tinchon in het huwelijk met Kommerzienrat Arnold Passmann. In 1895 kocht het echtpaar Kasteel Slangenburg. Het kasteel werd gebruikt als zomerverblijf en voor diverse familieaangelegenheden. Het echtpaar kreeg vier zoons en twee dochters. Arnold was vaak van huis, waardoor de zorg voor de kinderen grotendeels op Wilhelmine neerkwam. Zij werd daarin ondersteund door drie dienstbodes: Sibella Sassenbach, Emma Weinert en Lina Torwelle. De dienstbodes reisden mee met de familie naar het kasteel. Van Wilhelmine is bekend dat ze bijzonder zuinig was. Zo werd het toiletpapier uit krantenpapier gesneden en kregen de kinderen door de week roggebrood met vet te eten. Tegelijkertijd was Wilhelmine trots en ongenaakbaar. Toen ze tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) na een verblijf op Slangenburg terugreisde naar Duitsland en bij de grens werd tegengehouden, weigerde ze uit te stappen. ‘Ein Kommerzienrätin steigt nicht aus’, zou ze hebben gezegd.


Het is 1972. Kasteel Radboud is net heropend na een langdurige renovatie in de jaren zestig, en er wordt een beheerder gezocht. Via via hoort Ina de Beer van de vacature en stapt ze naar burgemeester Bol om haar interesse te tonen. Ze wordt aangenomen voor een proefperiode van één jaar, die overigens nooit formeel beëindigd is.

