KASTEELTOREN IJSSELSTEIN

Hier vindt men een Gothisschen vierkanten traptoren, die eenig is in ons land. Daarin bevindt zich eene sierlijk steenen trap, gedekt door ribgewelven, welke op kunstige wijze zijn samengesteld. Nergens in Nederland kan de weerga van deze trap aangewezen worden.
— Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad, 15 december 1887

De Loyer Toren

Het kasteel heeft in de loop der tijd talrijke veranderingen ondergaan. Tijdens belegeringen werd het gebouw meerdere malen deels verwoest. Waar in de vijftiende eeuw het kasteel nog werd herbouwd, trad in de achttiende eeuw het verval in. Na het midden van de achttiende eeuw stabiliseerde het verval en bleef het kasteel met de traptoren (Loyer Toren genaamd) tot de sloop in 1888 vrijwel ongewijzigd. 

De traptoren heeft een bijzondere uitstraling dankzij de toepassing van speklagen. Binnenin de toren wordt de gemetselde spiltrap gekarakteriseerd door de verspringende gotische kruisgewelven. Omdat de toren in de achttiende eeuw gebruikt werd als gevangenis, werd in 1769 de bestaande gevangeniscel op de bovenverdieping vervangen door drie houten cellen. Naast deze cellen bevonden zich een grote schoorsteenpartij en een secreet (wc). Bij de restauratie van 1948 zijn deze teruggebracht.

De toren is omstreeks 1530 gebouwd in opdracht van Floris van Egmond, de grootvader van Anna van Egmond. Als architect worden zowel de Vlaamse Anthonis I Keldermans en zijn zoon Rombout II als de Italiaanse Alexander Pasqualini genoemd. Een aannemelijke connectie met de familie Keldermans ligt in het feit dat Rombout II vaker door Van Egmond werd betrokken bij zijn (ver)bouwplannen. Daarnaast is de toren vrijwel identiek aan de traptoren van het Markiezenhof te Bergen op Zoom, die in 1495 onder toezicht van zijn vader Anthonis I werd gebouwd. Daar staat tegenover dat Floris van Egmond in 1531, na het overlijden van Rombout II, Alexander Pasqualini in dienst nam. Pasqualini bouwde tevens de kerktoren van de Sint-Nicolaaskerk in IJsselstein. Kortom, beide bouwmeesters kunnen de architect van de Loyer Toren geweest zijn. Wie de creatie ook heeft gemaakt, voorop staan de vakkundigheid en de kwaliteit van dit unieke bouwwerk in Nederland. 

Ik hoop dat ook gij er gaarne en spoedig werk van zult maken, op dat het niet te laat zij!
— Brief van P.J.H. Cuypers aan het bestuur van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, 1887

De afbraak

Op de plek waar tegenwoordig het park de oude kasteelcontouren weergeeft, verrees in de dertiende eeuw kasteel IJsselstein. De muren van dit middeleeuwse gebouw hebben meerdere belegeringen doorstaan, waardoor zij getuige zijn geweest van talrijke episodes uit de vaderlandse historie. Oude en roemrijke Nederlandse geslachten, zoals de families Van Amstel, Borssele en Strick van Linschoten, hebben het kasteel bewoond. De bekendste bewoonster is zonder twijfel Anna van Egmond. Haar familie bezat het slot al sinds 1330. Doordat Anna in 1551 trouwde met de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, kwam het kasteel in bezit van het huis Oranje-Nassau.

Kasteel IJsselstein kent zijn eigen ‘rampjaar’. De aanleiding voor het rampjaar was het overlijden van de laatste bewoonster, Louisa Strick van Linschoten. In 1886 overleed zij op 84-jarige leeftijd. Louisa vreesdevoorhet lot van haar kasteel. Voor het bewonen of het kopen van het eeuwenoude bouwwerk was namelijk geen enkele belangstelling bij haar familieleden, noch bij de Oranjes en zelfs niet bij het Rijk. Een jaar na haar overlijden werd het kasteel voor afbraak verkocht.

Een stortvloed van commotie volgde. Zo schreef menig krant dat het slopen van het kasteel een daad van ‘wandalisme’ was, waarmee men doelde op de sloopwoede uit de negentiende eeuw. Ook de beroemde architect Pierre Cuypers bemoeide zich met de kwestie. Hij schreef een brief aan het toenmalige bestuur van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap (K.O.G.) met het verzoek om snel actie te ondernemen tegen de sloop van het kasteel. Dit wilde hij bereiken door de eigenaren voor ogen te houden dat het een zeer belangrijk bouwwerk betrof. De voorzitter van de K.O.G., Christiaan Pieter. van Eeghen, noemde de geplande afbraak op “historische en oudheidkundige artistieke gronden” zéér te betreuren. Helaas mocht dit niet de redding zijn voor het kasteel. In 1888 werd het bouwwerk alsnog afgebroken. Enkel de bijzondere traptoren is gered van de ondergang. 

Bertha van Heukelom

Het gebied rond kasteel IJsselstein is vele malen het decor geweest van de machtsstrijd tussen de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht. Het kasteel speelde de hoofdrol in het jaar 1297. Het slot was destijds in handen van Gijsbrecht van Amstel, heer in het grondgebied van de bisschop van Utrecht, en zijn vrouw Bertha van Heukelom. Graaf Jan van Holland, de dertienjarige zoon van de in 1296 vermoorde Floris V, voerde de strijd aan nadat Gijsbrecht weigerde het kasteel af te staan aan de graven van Holland. Gijsbrecht werd gevangengenomen, waardoor de verdediging van het kasteel in handen viel van zijn vrouw Bertha. Volgens de legende was zij zo stoutmoedig, dat ze voor geen goud haar huis opgaf. Ze ging het gevecht aan en wist bijna een jaar lang stand te houden tegen de belegeringen en de teisteringen. Uiteindelijk slaagde ze er niet in om de graven van Holland op afstand te houden en noodgedwongen moest ze zich overgeven. Bertha stelde echter wel de voorwaarde dat haar manschappen en zijzelf vrijgelaten zouden worden. Hier ging de belegeraar niet mee akkoord. Bertha kon slechts voor haarzelf en voor de helft van haar manschappen de belofte van levensbehoud krijgen.

Toen de Hollanders eenmaal binnen de kasteelmuren waren, ontdekten ze dat het kasteel slechts door zestien mannen werd verdedigd! Deze zestien mannen moesten loten om hun leven door middel van het trekken van munten. Degene die een Leuvense penning trok, werd onthoofd en de gelukkige die een Hollandse penning trok, bleef dit lot bespaard. Een passage uit het fictieve kinderboek ‘Fulco de Minstreel’ uit 1892 beschrijft het moeilijke moment vlak voor de loting. 

“Bertha en haar vijftien krijgslieden, verzamelden zich op de binnenplaats van het kasteel. Onbeschrijflijk aandoenlijk was het tooneel, dat nu volgde. Met tranen in de oogen reikte zij allen de hand en dankte zij hen voor hunne trouw en liefde. De krijgslieden schreiden, en zij schaamden zich hunne tranen niet.”

  Het kasteel IJsselstein voor de sloop in 1888

Het kasteel IJsselstein voor de sloop in 1888


 

Bezoek het monument

Van 29 september tot en met 11 november 2018 is de Kasteeltoren een satellietlokatie voor de manifestatie 'Gendervrij bij MIJ'. Tijdens deze manifestatie is de Toren van woensdag t/m vrijdag uitsluitend geopend  tijdens geplande rondleidingen om 14.00 en 15.30 uur of op afspraak. Op zaterdag en zondag zijn er tussen 13.00 en 15.00 uur doorlopende rondleidingen. Voor alle rondleidingen geldt: aanmelden en kaartverkoop bij het museum aan de Walkade.

Vanwege de vele trappen is de Kasteeltoren helaas niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn.

Een bezoek aan de Kasteeltoren is op eigen risico. 

Meer informatie kunt u vinden via het Museum IJsselstein

Bezoekadres

Kasteeltoren IJsselstein

Kronenburgplantsoen 9

3401 BM IJsselstein