HERDENKINGSMONUMENT GRAAF ADOLF

Het monument

“Dit monument is opgerigt om, in nagedachtenis van den jongeren broeder des grondleggers onzer onafhankelijkheid, den moedigen ADOLF VAN NASSAU te vereeren en de herinnering aan den gedenkwaardigen veldslag van Heiligerlee bij het nageslacht te vereeuwigen.”

Hulde aan de nagedachtenis van Graaf Adolf van Nassau, 1827

Nederland is altijd trots geweest op haar Nationale helden. Na hun dood werden deze helden vereerd door de oprichting van praalgraven, standbeelden of herdenkingsmonumenten. De jongere en vrijwel onbekende broer van Willem van Oranje heeft voor vele Nederlanders geen heldenstatus. Toch mag zijn rol in de onafhankelijkheid van Nederland niet vergeten worden. Daarom werd in 1826 een herdenkingsmonument voor Adolf van Nassau opgericht. Deze obelisk werd slecht onderhouden en raakte daardoor in verval. Zodoende werd in 1868 besloten naar aanleiding van de 300-jarige herdenking van de slag bij Heiligerlee een prijsvraag uit te schrijven voor de vervanging van het vervallen monument. Omdat er geen winnaar was, werd het ontwerp ‘De onafhankelijkheid van Nederland’van J.H. Egenberger en P. Schenkenberg van Mierop aangekocht en gewijzigd uitgevoerd door de Belgische beeldhouwer J. Geefs. 

Het huidige monument verbeeldt de wil van het Nederlandse volk dat de bezetter op de knieën dwingt. De strijd wordt gesymboliseerd door een driedimensionale beeldengroep. Vooraan ligt de stervende Adolf van Nassau die de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd representeert. Hij wordt beschermd door Belgia, de Nederlandse maagd, die met schild en getrokken zwaard boven de dodelijk gewonde Adolf staat. Belgia wordt geflankeerd door de Leo Belgicus, de Nederlandse leeuw, die dreigend naar het zuiden kijkt waarvandaan de Spaanse overheerser kwam.

Tijdens de plechtige onthulling in 1873 door Koning Willem III werd tegelijkertijd een zwarte populier (populus nigra) tegenover het standbeeld geplant. Met een omtrek van 5 meter is dit een van de dikste bomen van de provincie Groningen. De zwarte populier werd gepland omdat deze symbool staat voor de dood en de rouw. De symbolisatie stamt af van de Griekse mythologie, waar de rouwende halfzusters (Heliaden) van Phaëton, de zoon van zonnegod Helios, veranderen in populieren. 

De Opstand der Nederlandse provinciën 

“De gedenkwaardige veldslag van Heiligerlee op den 23 Mei 1568, in de andere gedeelten van ons vaderland misschien te weinig bekend in deszelfs omstandigheden, moet echter beschouwd worden als eene hoogst belangrijke gebeurtenis‚ daar zij de eerste overwinning opleverde, door de Nederlanders‚ op de Spanjaarden van dien tijd bevochten” 

Hulde aan de nagedachtenis van Graaf Adolf van Nassau, 1827

De Nederlandse Opstand (1568-1648), ofwel de Tachtigjarige Oorlog, is een vast onderwerp in de geschiedenis over ons land. In ons collectieve geheugen staan de slag bij Nieuwpoort, de moord op Willem van Oranje en het Plakkaat van Verlatinghe, gegrift. Toch zult u zich misschien afvragen wat dit monument voor Graaf Adolf van Nassau te maken heeft met deze strijd. 

Het is het jaar 1566. De protestante inwoners van de Zeventien Provinciën (om en nabij Nederland, België en Luxemburg) lijden onder het strenge katholieke gezag van de Spaanse koning Filips II. De protestanten komen in opstand en vernielen katholieke heiligdommen in de zogenoemde beeldenstorm. Als tegenreactie stuurt de woedende Filips II een van zijn krachtigste onderdanen naar de noordelijke provinciën: Fernando Ãlvarez de Toledo, beter bekent als de Hertog van Alva. Deze Spaanse generaal en landvoogd van de Zeventien Provinciën begint onmiddellijk met de vervolging en onderdrukking van de protestantse ‘ketters’. Door zijn harde optreden groeit het verzet van de protestanten tegen de Spaanse bezetting. Er volgt een opstand onder leiding van stadhouder Willem van Nassau(1533-1584), later bekent als Willem van Oranje. Om te ontkomen aan de godsdienstvervolging, vlucht Willem van Oranje naar Dillenburg (Duitsland). Daar vormt hij een leger om de Spanjaarden te kunnen verdrijven. Hij krijgt daarbij hulp van zijn vier broers: Jan, Lodewijk, Adolf en Hendrik. De eerste poging om Nederland binnen te vallen en te bevrijden is de Slag bij Heiligerlee. Deze slag wordt weliswaar gewonnen, maar leidt niet tot het gewenste effect. Pas tachtig jaar later, op 15 mei 1648 tekenen de Spanjaarden de Vrede van Münster waarin ze de onafhankelijkheid van de Republiek erkennen

Lijf ende goedt te zamen, heb ick oock niet verschoont, Mijn broeders hoogh van namen, hebben dit ook betoont. Graaf Adolph is gebleven in Vrieslandt in den slagh, Zijn ziel in ‘t eeuwig leven, verwacht den jongsten dagh.
— Vierde couplet van het Nederlands volkslied

De Slag bij Heiligerlee

De Slag bij Heiligerlee wordt gezien als het begin van de Nederlandse Opstand. Het was de eerste poging van Willem van Oranje om Nederland te bevrijden van de Spanjaarden. Twee broers van Willem van Oranje, de graven Adolf en Lodewijk van Nassau, spelen een hoofdrol tijdens de slag. Adolf van Nassau (1540-1568) werd geboren op slot Dillenburg dat in eigendom was van zijn ouders Willem de Rijke en Juliana van Stolberg. Als op één na jongste broer van Willem vocht hij al eerder mee in veldslagen tegen de oprukkende Turken in Europa. Maar in de Slag bij Heiligerlee vond Graaf Adolf op 27-jarige leeftijd de dood nadat zijn paard op hol sloeg en in de vijandelijke Spaanse troepen reed. Omwille van zijn moedige daad in deze slag, die uiteindelijk gewonnen werd, is zijn naam vereeuwigd in het Nederlands Volkslied.

“Een legertje van omstreeks 1000 voetknechten en 100 ruiters, welke onder het bevel van onzen dapperen Adolf stonden, durfde zich te meten met den meer dan dubbeld zoo magtigen leger van de Spanjaarden onder leiding van de Graaf van Aremberg”

Hulde aan de nagedachtenis van Graaf Adolf van Nassau, 1827

Het leger dat in de Slag bij Heiligerlee ten strijde trok tegen de Spanjaarden werd in opdracht van Willem van Oranje geworven door zijn broer Lodewijk van Nassau. Het leger dat was gevormd, het zogenoemde Staatse leger, bestaande uit twaalf ruiters en zeventig infanteristen (voetsoldaten) vielen vanuit Duitsland op 22 april 1568 de Zeventien Provinciën binnen. Het kleine Staatse leger van Lodewijk van Nassau groeide vrij snel uit tot zo’n 600 à 700 man en werd nog groter nadat begin mei Adolf van Nassau zich met een leger van ruiters aansloot. Gezamenlijk trokken ze in de nacht van 22 op 23 mei naar Winschoten. In een nabijgelegen plaats bevond zich het Spaanse leger onder leiding van Graaf Aremberg. Zij waren aan het wachtten op versterking die vanuit het zuiden onderweg was. Toch volgden de Spanjaarden het Staatse leger richting Heiligerlee. Hier hadden de troepen van Adolf en Lodewijk in het klooster van Heiligerlee een hinderlaag gelegd voor de oprekkende Spaanse troepen van Graaf Aremberg. Ze werden in de tang genomen doordat het in drieën gesplitste Staatse leger het Spaanse leger in de nabijgelegen moerassen dreven, waardoor ze als spreekwoordelijke ratten in de val zaten. In slechts twee uur tijd werd de strijd uitgevochten. De vanuit het zuiden naderende Spaanse hulptroepen kwamen te laat en de eerste overwinning voor de opstandelingen was een feit.

 
  Portret van Adolf, graaf van Nassau, Willem Jodocus Mattheus Engelberts, 1809 - 1871

Portret van Adolf, graaf van Nassau, Willem Jodocus Mattheus Engelberts, 1809 - 1871


 

Bezoek het monument

Het monument van graaf Adolf is vrij toegankelijk.

Bezoekadres

Graaf Adolfmonument

Provincialeweg

9677 PA Heiligerlee