KASTEEL MEDEMBLIK

Kasteel Medemblik is een monument der baksteenbouwkunst uit het laast der XIII-eeuw uit welken tijd, behalve de kastelen van Muiden en Assumburg, geen enkel slot meer met zijne houtwerken in Holland is aangetroffen.
— PJH Cuypers, 8 november 1887.

De restauraties

Het middeleeuwse kasteel Radboud heeft door de eeuwen heen vele veranderingen ondergaan als gevolg van periodes van verval, sloop, herbouw en restauratie. Ook is de versterkte waterburcht met zijn burchtzaal en ridderzaal diverse malen van bestemming veranderd. De ridderzaal was het grootste vertrek en heeft in de periode tussen 1661 tot en met 1734 dienstgedaan als kerkzaal der hervormden en later als concertzaal en als voorzaal van het kantongerecht. Een enkel jaar was het kasteel als rijks-krankzinnigengesticht een opvangplek voor geesteszieke vrouwen. De belangrijkste restauraties vonden plaats in de jaren negentig van de negentiende eeuw en in de jaren dertig en zestig van de vorige eeuw. Deze restauraties bepalen nog altijd het kenmerkende, gotische uiterlijk van het kasteel. Jacobus van Lokhorst was verantwoordelijk voor de meest ingrijpende verbouwing in de periode 1889-1898. Hij transformeerde de verwaarloosde, dertiende-eeuwse waterburcht onder leiding van Cuypers en De Stuers tot een heus gotisch bouwwerk met kantelen en spitsbogen. Verschillende historische tekeningen uit zowel de zestiende als de zeventiende eeuw werden gebruikt voor de reconstructie. Dit heeft ervoor gezorgd dat Van Lokhorst niet heeft teruggegrepen naar één tijdsbeeld, maar naar meerdere. Zo werd de hoge kerktoren uit de periode 1661-1734 gereduceerd tot de hoogte uit de periode vóórdat de grote zaal werd gebruikt als kerk. Er werd daarentegen ook voor gekozen om het grote spitsboogvenster uit de kerkperiode terug te brengen in plaats van de kleine middeleeuwse kruisvensters. Vanaf 1930 werd het kasteelterrein gereconstrueerd, waardoor het weer zijn oude contouren terugkreeg. In de jaren zestig van de vorige eeuw stond de architect Jan Holstein (1911-1998) aan het roer, die ook de restauratie van buitenplaats Trompenburgh op zijn naam heeft staan. Hij had duidelijk een andere restauratievisie dan zijn voorganger en maakte diverse veranderingen van Van Lokhorst weer ongedaan. Gevonden bouwsporen zette hij extra sterk aan in het metselwerk, kozijnen voegde hij toe en de toegangstrap draaide hij een kwartslag. Hierdoor is het kasteel een goed voorbeeld geworden van de verschillende restauratieopvattingen die Nederland gekend heeft.

Hoe men met de oude Vaderlandsche monumenten nog zoo lang geleden niet omsprong, kan men ook te Medemblik vernemen.
— C.J. Gonnet, ‘Verslag betreffende het kasteel te Medemblik’, 1887

Sloop en verval

Het kasteel te Medemblik verrees omstreeks 1290. Het kasteel werd gebouwd als een dwangburcht voor graaf Floris V van Holland. Ondanks dat het huidige kasteel werd gebouwd door de graven van Holland, is de naam van de Friese koning Radboud aan de burcht verbonden. Dit komt omdat Medemblik als oudste stad van West-Friesland beschouwd werd als de zetel van de voormalige Friese koningen. Zij bouwden vermoedelijk al in de zevende of achtste eeuw een versterkte burcht aan de oever van de Zuiderzee. Deze burcht wordt gezien als de voorloper van het huidige kasteel. Het kasteel in Medemblik stond toentertijd op een vierkant, omgracht terrein met op elke hoek een ronde toren. Hiertussen stonden vier vierkante torens die door middel van muurwerk met elkaar verbonden waren. Op het binnenterrein stond het hoofdgebouw. Dit gebouw beschikte over onder andere een burchtzaal en een ridderzaal van Graaf Floris V. Onder de vierkante torens bevonden zich opmerkelijk genoeg twee toegangspoorten: het Oude en het Nieuwe Poorthuis. Het Oude Poorthuis was gelegen nabij de Zuiderzee aan de oostzijde van Medemblik. Het Nieuwe Poorthuis aan de noordzijde kwam uit in de voorburcht, waar zich twee boerderijen bevonden. De vier hoektorens hadden elk een eigen naam: de Bottelarijtoren in het zuiden, de Molkentoren in het westen, de Monnikentoren in het noorden en de Gevangenistoren in het oosten. Nog vóór 1600 was de gracht gedempt. Eveneens waren verschillende torens verdwenen of waren ze slechts een schim van wat ze ooit waren geweest. Uiteindelijk waren in het derde kwart van de negentiende eeuw alle torens verdwenen, op de twee aan het hoofdgebouw gelegen vierkante torens na. Een bijzonder traject was de sloop van de Gevangenistoren en de Oude Poort in 1857. Dit begon met de mislukte aardappeloogsten in de periode 1845-1848. Het gevolg was een prijsstijging in de voedingsmiddelen. Dit bracht vele armen en behoeftigen in de problemen. Hierop besloot de Stedelijke Raad van Medemblik de bevolking te hulp te komen door de afbraak en verkoop van de twee torens. De opbrengst kon onder de behoeftigen verdeeld worden. Dit menslievend plan werd echter niet uitgevoerd, doordat niemand minder dan koning Willem II zijn veto uitsprak voor het behoud van de ruïneuze bouwwerken. Enkele jaren later was er een gebrek aan puin voor de verzwaring van de zeedijken. Alsnog moesten de torens het ontgelden. Ze werden gesloopt, waarna hier en daar brokstukken van de middeleeuwse torens in zee terecht kwamen. Heel anders was de waardering voor het erfgoed een halve eeuw later. Tussen 1895 en 1897 werd de Bottelarijtoren herbouwd. In 1938 werd het kasteelterrein gereconstrueerd. Hierdoor is vandaag de dag het middeleeuwse kasteelterrein met al zijn torens weer zichtbaar in het maaiveld.

Jacobus van Lokhorst

“Voor het kasteel te Medemblik […] zal door de regeering 20.000 gulden worden besteed om het weer wat op te knappen. Voor de instandhouding voor zoo’n onnut ding heeft men geld genoeg over als het maar niet gaat uit de zakken der heeren. Het volk kan betalen.”

‘Recht voor Allen’, 28 oktober 1890.

In 1882 werd het vervallen kasteel door de gemeente Medemblik geschonken aan het rijk. De gemeente was namelijk zelf niet in staat om het kasteel te onderhouden of legde hier niet haar prioriteit. Dit blijkt uit het feit dat volgens de stadsarchitect van Medemblik, Arnoldus van Wijngaarden, jaarlijks slechts 10 tot 15 gulden werd besteed aan het noodzakelijkste onderhoud. Ten gevolge van deze verwaarlozing had het kasteel tal van gebreken. Daarom werd vanaf 1890 onder het toeziend oog van de “grote autoriteiten” Cuypers en De Stuers, het kasteel gerestaureerd door architect Van Lokhorst. Het kasteel werd herbestemd tot kantongerecht. Hiervoor was een bedrag van 20.000 gulden vrijgemaakt. Dat niet iedereen het met deze beslissing eens was, blijkt wel uit bovenstaand bericht in het socialistische tijdschrift ‘Recht voor Allen’. Architect Pierre Cuypers (1827-1921) heeft een belangrijke stempel gedrukt op de Nederlandse restauratiepraktijk in de negentiende eeuw, met name ten aanzien van middeleeuwse kastelen en kerken. Hij deelde de visie van zijn leermeester, de Franse restauratiearchitect Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879) van het terugbrengen van voornamelijk (ruïneuze) middeleeuwse bouwwerken naar een in zijn ogen ‘ideale middeleeuwse bouwstijl’. Hierbij schuwde hij niet om meer bouwelementen en details toe te voegen. De architect Jacobus van Lokhorst (1844-1906) was een leerling van Cuypers en trachtte eveneens om de middeleeuwse bouwstijl te vervolledigen. Hij werkte als rijksbouwkundige bij de afdeling Kunsten en Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Van Lokhorst was verantwoordelijk voor alle rijksgebouwen, met uitzondering van de museumgebouwen, die onder Cuypers’ supervisie vielen. Van Lokhorst was daarmee als architect verantwoordelijk voor de restauratie van het kasteel van Medemblik. Zowel Van Lokhorst als Cuypers stonden onder leiding van Victor de Stuers (1843-1916). Hij gaf leiding aan het departement Kunsten en Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De Steurs wordt gezien als de grondlegger van de Nederlandse monumentenzorg. Van Lockhorst was ook de architect die in de Vesting Naarden de ontwerpen van de Utrechtse Poort en de Promerskazerne heeft gemaakt.

Overzichtsfoto van het Kasteel vanuit het noorden. Men komt binnen via het Nieuwe Poorthuis met links de Monnikentoren en rechts de Molkentoren.

Overzichtsfoto van het Kasteel vanuit het noorden. Men komt binnen via het Nieuwe Poorthuis met links de Monnikentoren en rechts de Molkentoren.

BEZOEK HET MONUMENT


Het kasteel is te bezoeken via het Museum en het Kasteel Café. Kijk voor de actuele openingstijden en activiteiten op de website.

Bezoekadres

Oudevaartsgat 8
1671 HM Medemblik