Slot Assumburg, Heemskerk

Informatie

Slot Assumburg is één van de weinige voorbeelden van buitenplaatsen in Kennemerland, die aan het eind van de achttiende eeuw of in de loop van de negentiende eeuw niet met behulp van grote ingrepen in de structuur zijn aangepast aan de landschapsstijl. De huidige zeventiende eeuwse geometrische tuinaanleg wordt door vrijwilligers onderhouden.

In de tweede helft van de dertiende eeuw bevond zich op de plaats van het slot nog een versterkt huis. In 1486 kwam dit door overerving in de handen van Nicolaas van Assendelft. Onder hem en zijn vrouw Aleid van Kijfhoek moet het slot, dat toen nog een voorburcht kende, opnieuw zijn opgetrokken. Twee gevelstenen herinneren aan hun kleinzoon Gerrit V van Assendelft, heer van de Assumburg, die in 1610 verbouwingen aan het huis liet uitvoeren. In 1694 kocht de Amsterdamse bankier Johan Deutz het slot. Hij en zijn vrouw Maria Boreel lieten het huis moderniseren. Tevens lieten zij fraaie tuinen in geometrische stijl en een park met een hertenkamp aanleggen. Tot 1867 werd het slot bewoont door de familie Deutz. Na een periode van particuliere verhuur en leegstand, raakte het landhuis snel in verval. In 1911 schonken de eigenaren De Assumburg inclusief slotgracht, oprijlaan en orangerie middels een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken, om het als historisch monument te bewaren. In 1927 bleek dat het slot niet geschikt was voor gewone verhuur. Op suggestie van de directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg werd een jeugdherberg gevestigd in het gebouw.

Bezoek

Momenteel is een Stayokay (hostel) gevestigd in Slot Assumburg. 

 

BESCHRIJVING

Slot Assumburg bestaat uit vier vleugels om een binnenterrein en bezit vijf torens. Aan de linkerzijde is een vierschaar gelegen, een galerij met drie bogen op zuiltjes. Het huis is door een brug verbonden met het voorterrein, waar aan de linkerzijde de orangerie ligt. Als gevolg van ingrijpende verbouwingen in de zeventiende en achttiende eeuw en reconstructies in de vorige eeuw is over de vroegste ontwikkelingen aan het gebouw geen volledige duidelijkheid te geven. De twee vierkante torens en een deel van de ringmuur, daterend uit de vijftiende eeuw, lijken de oudste onderdelen van het slot te zijn. In de daarop volgende eeuwen werd het kasteel uitgebreid. Onder Johan Deutz lag aan de uitbreiding een streng symmetrisch classicistisch ontwerp ten grondslag. Zijn zoon verfraaide in het begin van de achttiende eeuw de interieurs in Lodewijk XV-stijl. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen het slot diende als jeugdherberg, werd de westvleugel ingrijpend gerestaureerd met neo-middeleeuwse vormen.