Kasteel Slangenburg, Doetinchem

BeschrijvinG

De eerste vermelding van de dertiende-eeuwse havezate Slangenburg dateert uit 1354, het is dan bezit van Maes of Thomas van Baer. Eén van zijn nazaten gaf het huis In de late vijftiende eeuw of vroege zestiende eeuw een L-vormige plattegrond met een ronde toren op de westelijke hoek. In 1585 werd de Slangenbrug echter door de Staatse troepen geplunderd, waarna het tot ruïne verviel. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) herbouwde Frederik van Baer zijn voorvaderlijke huis, en verlengde de zuidelijke en westelijke vleugel. Een gevelsteen in de achtergevel (toen voorgevel) herinnert hieraan. Een belangrijke bouwfase vond plaats vanaf 1675 in opdracht van generaal Frederik Johan van Baer. Hij gaf het kasteel de moderne U-vormige plattegrond door de bouw van de oostvleugel en liet ook de bouwhuizen ter weerszijden van het voorplein oprichten. Daarmee verlegde hij de richting van de hoofdentree van de zuid- naar de noordzijde. In samenhang met de aanpassingen aan het huis werd het omliggende landgoed heringericht met siertuinen en lanen. De Slangenburg kreeg bovendien een rijk interieur met wandbetimmeringen, schouwen en stucplafonds. Schilder Gerard Hoet bracht een grote deel van de allegorische en mythologische wand- en plafondschilderingen aan, waaronder een zaal met scenes uit Vergilius’ Aeneas en Dido. Frederik Johan verkeerde in de kringen van koning-stadhouder Willem III en Slangenburg is daardoor vergelijkbaar met bijvoorbeeld het laat-zeventiende-eeuwse Loo in Apeldoorn en kasteel Amerongen. 

Sinds Frederik Johan van Baer is de Slangenburg vooral door vererving van eigenaar veranderd, maar tweemaal door verkoop. In 1772 kocht Adriaan Steengracht het landgoed, maar hij overleed al in 1773 en werd door zijn broer Cornelis opgevolgd als heer van Slangenburg. Cornelis liet rond 1774 nieuwe torenbekroningen, schuifvensters en de zandstenen ingangspartij aanbrengen. Een tweede gevelsteen in de achtergevel getuigt van deze bouwfase. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden door Johannes Stortenbeker nieuwe wandschilderingen aangebracht, zoals de grisailles in de entreehal. De erven van Cornelis Steengracht verkochten het kasteel in 1895 aan de Duitse industrieel Arnold Passmann, die net als zijn zoon en opvolger Oscar  veel deed aan de restauratie van het huis en het landgoed.

In de Tweede Wereldoorlog werd Slangenburg gevorderd en bewoond door Duitse officieren. Daarna werd het kasteel door het door de overheid opgerichte Beheersinstituut als vijandig bezit bestempeld en onteigend. Na de rehabilitatie van Oscar Passmann in 1950 verkocht het Beheersinstituut de Slangenburg voor 1 miljoen gulden aan de Staat. Intussen werd het kasteel gehuurd door paters Benedictijnen, die op grond van het landgoed klooster Sint Willibrordsmunster lieten bouwen. Vanaf 1952 werd Slangenburg gastenverblijf van het klooster. Tegenwoordig is het gastenhuis voor iedereen toegankelijk. 

Hoewel de Slangenburg in de achttiende, negentiende eeuw en vroege twintigste eeuw door opeenvolgende eigenaren op onderdelen werd aangepast, is de rijke laat-zeventiende-eeuwse fase nog bepalend en goed herkenbaar in het huidige huis en omliggende landgoed. 

Bezoek

Het kasteel en de omliggende landerijen zijn vrij te bezoeken.
Het kasteel doet dienst als gastenhuis en biedt rust en inspiratie in een kunsthistorisch rijke omgeving. Klik hier om naar de website te gaan.