Naarden: Groenbeheer

Uitvoering

Werkzaamheden aan het groen op en om de Vestingwerken van Naarden gebeuren het gehele jaar door. Met dit uitgangspunt voor het groenonderhoud is het dan ook niet vreemd dat er vrijwel elke week iets gebeurt. De meeste tijd wordt besteed aan het maaien van het gras. Het maaiseizoen begint ongeveer in april en loopt tot oktober. In deze periode wordt het gras een aantal keer gemaaid. Met Hoveniersbedrijf en groenerfgoed specialist Debie&Verkuijl zijn wij op zoek gegaan naar de meest veilige en efficiënte manier van maaien. Daarbij is ook rekening gehouden met het zoveel als mogelijk voorkomen van schade aan de Vesting. 
Voor de steile taluds op de bastions wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde spider. Dit is een radiografisch bestuurbare cirkelmaaier die ook bij hoog gras een goed maaibeeld geeft. Door het gebruik van een lier kan deze machine tot 55 graden steil maaien. 
Het overige maaiwerk op de bastions wordt uitgevoerd met een skeltermaaier of met een trekker met (verstek) klepelmaaier. Een ruw terrein skeltermaaier kan vrij steil maaien en ook prima hoog gras maaien. 
Als tractor wordt er gewerkt met een smalspoortractor met brede gazonbanden. Door de brede banden is de gronddruk laag en daarmee wordt voorkomen dat er sporen ontstaan in de gronddekking.

Beheervisie

Algemeen:
Met het groenonderhoud hangt altijd het spanningsveld tussen natuur en cultuur samen. Op welke manier komt het militaire karakter van de vesting goed tot zijn recht, terwijl de natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven?

De schoonheid en het ecologische belang van de begroeiing staan soms de beleving van de militaire historie in de weg. Hierin moet een evenwicht gevonden worden. Door de vesting te verdelen in een gebied dat de oorlogstijd vertegenwoordigt en een dat de vredestijd vertegenwoordigt kan een goede mix van beide waarden gevonden worden. In vredestijd was de vesting immers meer begroeid, was er meer ruimte voor plant en dier en was de vesting moeilijker leesbaar. In oorlogstijd was dat andersom. Dit is de basisgedachte van het huidige groenonderhoud.

De bastions, courtines en ravelijnen:
Het buitendijkse gebied, het zeefront, heeft een voornamelijk landschappelijk karakter waar de natuurwaarden voorrang krijgen. Dit deel verbeeldt de vesting in vredestijd. Hier is meer ruimte voor hogere begroeiing, struiken, bramen en bomen. De bastions Katten en Oud Molen, met de daartussen gelegen courtine, vormen het hart van dit front. Naast beide bastions ligt een overgangsgebied waarbij de zeezijde wat rijker begroeid zal zijn dan de landzijde. Hierdoor ontstaat een natuurlijke aansluiting op de bastions Nieuw Molen en Oranje.
De ravelijnen 4 en 5 behouden hun rijk begroeide karakter. Hier zal relatief weinig groenonderhoud plaatsvinden. Het ruïneuze metselwerk zal worden geconsolideerd.
Het binnendijkse gebied, het landfront, laat de vesting in oorlogstijd zien. Het heeft een strakker aanzicht en zal vaker worden gemaaid. Hier overheerst kort gras. Dit geldt met name voor de bastions Nieuw Molen en Turfpoort, waar weinig of geen bomen groeien. Door intensiever te maaien wordt de grasmat verdicht, hetgeen voor een egaler beeld zorgt.
Op bastion Promers groeien meer bomen, waardoor ook dit bastion, hoewel midden in het landfront gelegen, een natuurlijker en groener karakter kent. Het gras wordt hier over het algemeen wel kort gehouden, zodat het beeld van de vesting in oorlogstijd zoveel mogelijk wordt gerespecteerd.
Op bastion Oranje, dat ook in beide fronten ligt, zal het gras, over het algemeen kort worden gehouden. Het versterkt de beleving van de gebouwen die op dit bastion aanwezig zijn. Door de aanwezigheid van bomen zal dit bastion, net als Promers, een wat natuurlijker karakter hebben.
De uitstaling van de bastions wordt doorgezet op de courtines en ravelijnen. De courtines en ravelijnen in het landfront zullen dus ook intensiever gemaaid worden, kort gras zal hier overheersen. Ook op de courtine Oranje-Katten zal die kort gemaaide uitstraling worden doorgezet. 
Op een aantal omsloten plekken aan de binnenzijde van bastions, ravelijnen en courtines zal ruimte zijn voor een minder intensief groenbeheer. Dit geldt ook voor het landfront. De plantenrijkdom zal hierdoor toenemen en de begroeiing zal hoger zijn, hetgeen bijvoorbeeld een gunstig effect kan hebben op de vlinderpopulatie. Deze plekken vormen steppingstones voor vogels en kleine zoogdieren.

De bedekte weg en de beleving van de vesting van buitenaf:
De bedekte weg vormde ooit de buitenste verdedigingsring van de vesting. Tegenwoordig ligt er een wandelpad, van waaruit bewoners en bezoekers de vestingwerken kunnen bekijken. De bomen op de bedekte weg worden zo onderhouden dat het zicht op de wallen voor de wandelaar vrij blijft. Hierbij is het van belang dat de bomen zodanig gesnoeid worden dat er een natuurlijk beeld behouden blijft.
Ook op de bedekte weg zal de scheiding tussen een rijker begroeid zeefront en strakker gemaaid landfront zichtbaar zijn. De bedekte weg zal wel minder vaak gemaaid worden, zodat er meer ruimte ontstaat voor natuurontwikkeling, zoals hierboven beschreven.
Voor de bedekte weg ligt een buitengracht. De oevers hiervan zijn begroeid met mei- en sleedoorn. Dit diende voorheen als natuurlijk prikkeldraad, het had dus een militaire functie en is een onderdeel van de verdedigingswerken. Deze hagen mogen niet te groot worden en moeten in etappes worden bijgehouden. Ze moeten de lijn van de bedekte weg volgen.
Om de vesting vanaf de bedekte weg goed te kunnen ervaren, wordt het profiel van de wallen van buitenaf zoveel mogelijk zichtbaar gehouden en dus ontdaan van hinderlijke hoge struiken en kleine, jonge bomen. Daarnaast worden de schootsvelden zoveel mogelijk open gehouden. Dit geldt ook voor het rijker en natuurlijker begroeide zeefront. De begroeiing op de wallen hoeft niet perse uit gras te bestaan. Dit mogen ook lage (braam)struiken zijn, zolang ze het beeld maar niet hinderen. Sterker nog: de struiken zorgen voor een betere vochthuishouding, een grotere biodiversiteit en houden het bodemprofiel goed intact. Een mooi voorbeeld hiervan is de begroeiing op ravelijn 3.
De opstelplaatsen van geschut op courtines en ravelijnen wordt zoveel mogelijk vrijgehouden van begroeiing, zodat zowel van buitenaf als binnenuit duidelijk is waar geschut stond opgesteld.
Ditzelfde beeld zien we bij de delen langs het zeefront. Door struiken en kleine, jonge bomen in de opstelplaatsen te verwijderen, ontstaat een open geheel, waardoor tussen de oude bomen voldoende van de vesting zichtbaar blijft. Dit beheer zal naast een betere leesbaarheid van de geschiedenis ook een grotere biodiversiteit tot gevolg hebben.
De huidige, oudere, bomen blijven vanzelfsprekend bestaan. Er zijn geen hinderlijk gepositioneerde bomen die de ervaring van de vesting in de weg staan.